Therapiehuiswerk: 12 opdrachten die cliënten wél maken

Therapiehuiswerk: 12 opdrachten die cliënten wél maken

De sessie loopt af. Je hebt nog twee minuten, je cliënt heeft haar jas al half aan, en je zegt: probeer deze week eens bij te houden wanneer dat piekeren opkomt.

Een week later blijkt ze het niet gedaan te hebben. Ze verontschuldigt zich, jij zegt dat het niet erg is, en jullie gaan verder met het gesprek.

In die twee minuten is meer weggegeven dan het lijkt. Huiswerk is een van de weinige losse variabelen in een behandeling met een effectgrootte in de buurt van de therapievorm zelf. En het wordt meestal beslist op het moment dat er geen tijd meer voor is.

Wat volgt zijn de cijfers, vier redenen waarom opdrachten stranden, twaalf opdrachten geordend naar behandelfase, en de vraag die in de meeste teksten hierover ontbreekt: wat zeg je als het niet gemaakt is?


De basis

Wat telt als therapiehuiswerk?

Elke activiteit die jullie samen afspreken en die je cliënt tussen twee sessies uitvoert. Een registratieblad hoort erbij, een wandeling ook, en een gesprek dat ze thuis aangaat evengoed. Het woord huiswerk is ongelukkig gekozen, want het roept school op, en school roept beoordeling op. In de spreekkamer werkt tussenopdracht of gewoon oefening vaak beter, zeker bij cliënten voor wie hun schooltijd geen succesverhaal was.

Wat er zeker niet onder valt: een blad dat je meegeeft omdat de methode dat voorschrijft. Een opdracht zonder functie in de behandeling voegt niets toe en kost wel vertrouwen.


De cijfers

Hoeveel maakt therapiehuiswerk uit?

Kazantzis, Whittington en Dattilio (2010) brachten 46 studies samen. In de strengste vergelijking, waarin dezelfde therapievorm met en zonder huiswerk tegenover elkaar stond, bleef een effect van d = 0.48 over ten gunste van huiswerk. Dat is geen randverschijnsel.

Zes jaar later keken dezelfde onderzoekers naar iets anders. Niet of er huiswerk gegeven werd, maar of het gemaakt werd. Over 17 studies met 2.312 cliënten hing de hoeveelheid gemaakt huiswerk samen met de uitkomst bij afsluiting (g = 0.79). De kwaliteit ervan hing er even sterk mee samen (g = 0.78).

Bij follow-up draaide die verhouding om. Hoeveelheid zakte naar g = 0.51, kwaliteit steeg naar g = 1.07 (Kazantzis e.a., 2016).

Op korte termijn helpt dát er geoefend wordt. Op lange termijn telt hoé er geoefend werd.

Die omkering is de bruikbaarste bevinding uit het hele veld, want kwaliteit ontstaat niet bij je cliënt thuis. Ze ontstaat in de manier waarop jij de opdracht formuleert en nabespreekt.


De diagnose

Vier redenen waarom cliënten hun huiswerk niet maken

Geen van de vier gaat over motivatie. Alle vier gaan ze over het ontwerp van de opdracht.

1. De opdracht was te groot voor een slechte week

Bijna elke opdracht wordt bedacht op een goed moment, in een rustige kamer, terwijl jullie er allebei zin in hebben. De week erna is zelden zo'n week. Wie drie registraties afspreekt en er één maakt, heeft in haar eigen hoofd gefaald, en een faalervaring voorspelt de week daarna. Spreek daarom vooraf af wat het minimum is dat nog meetelt. Dat is dezelfde logica waarmee behandeldoelen sneuvelen als ze te groot worden opgeschreven.

2. Het was jouw opdracht, niet die van je cliënt

Tryon, Birch en Verkuilen (2018) vonden over 54 studies met ruim zevenduizend cliënten een verband van r = .24 tussen doelconsensus en behandeluitkomst. Instemming is daarbij iets anders dan consensus. Aan het eind van een sessie knikt vrijwel iedereen. Je weet het pas wanneer je cliënt de opdracht in eigen woorden teruggeeft, inclusief het moment waarop ze hem gaat doen.

3. Er was geen moment waaraan de opdracht hing

Gewoonten worden gestuurd door context-cues en niet door voornemens (Wood en Neal, 2007). Je doet iets omdat de situatie het oproept. Gollwitzer en Sheeran (2006) lieten over 94 onafhankelijke toetsingen zien dat een als-dan-formulering het behalen van een doel verhoogt met d = .65. Dus niet “ik ga deze week registreren”, maar “als ik na het avondeten de tafel afruim, dan vul ik het blad in”. Precies het mechanisme dat ook bepaalt of je eigen routine als therapeut standhoudt.

4. Er kwam geen opvolging

Een opdracht die niet besproken wordt, is in de beleving van je cliënt geen opdracht geweest. Reserveer de eerste vijf minuten van de volgende sessie ervoor, ook wanneer er iets dringends op tafel ligt. Vooral dan, want het patroon dat je anders bevestigt is dat huiswerk facultatief is.

12 34 AFSPREKENANKEREN DOENBESPREKEN
De lus waar het in vastloopt. De meeste huiswerkafspraken sneuvelen bij stap 2 of stap 4, en allebei die stappen kosten minder dan een minuut.

De opdrachten

12 opdrachten voor therapiehuiswerk, per behandelfase

De volgorde hieronder volgt de fase van het traject. Kies er nooit meer dan één tegelijk, hoe verleidelijk het ook is om er twee mee te geven.

Fase 1 · Observeren: wat gebeurt er eigenlijk?

1. Het registratiemoment. Niet wát er gebeurde, alleen wannéér. Je cliënt noteert het tijdstip en een cijfer van 0 tot 10. Twee regels per dag, meer niet. De drempel is zo laag dat de opdracht vooral bewijst dat registreren haalbaar is.

2. De uitzonderingsnotitie. Eén moment deze week waarop de klacht er minder was. Oplossingsgericht van origine, en bruikbaar bij cliënten die vastzitten in een verhaal waarin alles altijd hetzelfde is. Het verschuift de aandacht zonder de klacht te ontkennen.

3. De dagfoto. Drie vaste momenten per dag, één woord per moment. Ochtend, middag, avond. Na een week ligt er een patroon op tafel dat geen vragenlijst had opgeleverd.

In De Klinische Koffer hoort deze fase bij M1 · De Wortel, met het probleemanalyse-canvas als ruggengraat.

Fase 2 · Begrijpen: van klacht naar model

4. De twee-kolommen-registratie. Situatie links, gedachte rechts. Geen zeven kolommen, geen percentages, geen alternatieve gedachte. Die komen later. Wie met het volledige G-schema begint, krijgt een leeg blad terug.

5. Het uitlegexperiment. Je cliënt legt het model dat jullie besproken hebben uit aan iemand die het niet kent. Een partner, een zus, desnoods de hond. Wat ze niet kan uitleggen, heeft ze niet begrepen, en dat weet je pas de sessie erna.

6. De bewijzenlijst. Eén overtuiging, en de hele week bewijs verzamelen dat ervoor pleit en ertegen. Niet discussiëren, alleen verzamelen. De discussie voeren jullie samen.

Past bij M3 · De Takken en M4 · De Bladeren.

Fase 3 · Doen: van inzicht naar gedrag

7. Het agenda-anker. De activiteit staat in de agenda met dag, uur en duur. Niet “deze week wandelen”, maar “dinsdag en donderdag om 18u, twintig minuten”. Dit is de als-dan-formulering in zijn simpelste vorm.

8. De eerste trede. De laagste stap van de exposure-hiërarchie, één keer uitgevoerd. Niet de tweede, ook niet als het goed gaat. De opdracht is de trede halen, niet vooruitlopen.

9. Het voorspellingsexperiment. Je cliënt schrijft vóór de situatie op wat ze verwacht dat er gebeurt, en erna wat er werkelijk gebeurde. Het verschil tussen die twee is de interventie. Zonder de voorspelling vooraf is het alleen een verslag.

Past bij M6 · De Vruchten, met het activiteitenschema en de exposure-hiërarchie.

Fase 4 · Reguleren: als de spanning tussen sessies oploopt

10. De vroege-signalenkaart. Drie lichamelijke signalen op een kaartje ter grootte van een bankpas, in de eigen woorden van je cliënt. Kaartje in de portefeuille. De opdracht is niet ingrijpen, alleen opmerken.

11. Het lichaamsanker. Negentig seconden, voeten plat op de grond, handen op de bovenbenen, allebei aandrukken. Eén keer per dag op een vast moment, en verder alleen wanneer de signalenkaart afgaat. Kort genoeg om te doen op een dag waarop niets lukt.

Past bij M5 · De Bloemen, met de window of tolerance als kader.

Fase 5 · Afronden: wat blijft er staan?

12. De brief aan mijn toekomstige zelf. Je cliënt schrijft aan de versie van zichzelf die het over acht maanden even niet meer weet. Wat werkte, wat de eerste signalen waren, wie ze dan belt. De brief gaat mee naar huis in een gesloten envelop. Van alle twaalf opdrachten is dit de enige die pas jaren later zijn werk doet.

Hoort bij M10 · De Oogst, samen met het terugvalpreventieplan.


De sessie erna

Wat zeg je als het huiswerk niet gemaakt is?

Dit is het moment waarop de meeste behandelaars het laten lopen, uit vriendelijkheid of uit tijdsdruk. Het kost je precies twee zinnen om er iets bruikbaars van te maken.

Vier bewegingen die wel werken
  • Vraag niet waarom, vraag waar het vastliep. “Waarom niet” vraagt om een verontschuldiging. “Waar liep het vast” vraagt om informatie, en die krijg je ook.
  • Behandel het als gegevens over de opdracht, niet over je cliënt. Een niet gemaakte opdracht betekent meestal dat het ontwerp niet klopte. Zeg dat ook hardop.
  • Verklein ter plekke. Halveer de opdracht in de sessie zelf, en spreek het nieuwe minimum af voordat ze de deur uit gaat.
  • Zet het volgende anker samen op papier. Dag, uur, plaats. Laat je cliënt het opschrijven, niet jij.

Eén uitzondering hoort erbij. Wanneer een opdracht drie keer op rij niet gemaakt wordt, is verkleinen niet meer het antwoord. Dan gaat het gesprek niet over de opdracht maar over wat er tussen jullie speelt, en hoort het thuis bij de werkalliantie.


De vraag is niet of je huiswerk meegeeft. De vraag is welke van de vier stappen in de lus jij standaard overslaat.

Bij de meeste behandelaars is dat stap twee of stap vier. Het anker dat niet werd vastgelegd, of de nabespreking die het niet haalde omdat er iets dringenders was. Allebei kosten ze minder dan een minuut, en allebei bepalen ze of die d = 0.48 in jouw praktijk ook echt ergens landt.

De Klinische Koffer
Bij dit artikel

De Klinische
Koffer

Elke tool uit de koffer heeft een eigen huiswerkblad, naast het sessiecanvas en de handleiding met APA-7-referenties. Honderd tools over tien modules, van intake tot terugvalpreventie.

Bekijk de koffer

Losse modules bij dit thema

Thuja Roots

Begin met één werkblad

Het Stressvat is gratis. Eén beeld dat draaglast en herstel naast elkaar zet, printbaar en klaar voor je eerstvolgende sessie.

Download Het Stressvat
Psychologe Nadia

Cognitieve en arbeids- & organisatiepsycholoog. Ontwikkelt bij Thuja Roots evidence-based werkmateriaal voor psychologen, orthopedagogen en rouwbegeleiders.

Bronnen
  1. Gollwitzer, P. M., & Sheeran, P. (2006). Implementation intentions and goal achievement: A meta-analysis of effects and processes. Advances in Experimental Social Psychology, 38, 69-119.
  2. Kazantzis, N., Whittington, C. J., & Dattilio, F. M. (2010). Meta-analysis of homework effects in cognitive and behavioral therapy: A replication and extension. Clinical Psychology: Science and Practice, 17(2), 144-156.
  3. Kazantzis, N., Whittington, C., Zelencich, L., Kyrios, M., Norton, P. J., & Hofmann, S. G. (2016). Quantity and quality of homework compliance: A meta-analysis of relations with outcome in cognitive behavior therapy. Behavior Therapy, 47(5), 755-772.
  4. Tryon, G. S., Birch, S. E., & Verkuilen, J. (2018). Meta-analyses of the relation of goal consensus and collaboration to psychotherapy outcome. Psychotherapy, 55(4), 372-383.
  5. Wood, W., & Neal, D. T. (2007). A new look at habits and the habit-goal interface. Psychological Review, 114(4), 843-863.
Terug naar blog